Diagnostische opstellingen: van symptoom naar systeem

Van meet af aan is er -zonder Cartesiaans onderscheid tussen lichaam en geest- vanuit het opstellingenwerk aandacht geweest voor gezondheidsproblematiek en ziekte. Vooral artsen -Gunthard Weber, Albrecht Mahr, Ilse Kutschera, Lutz Wesel e.a.- herkennen in het opstellingenwerk een effectieve methodiek binnen een nieuw paradigma: diagnostische opstellingen.

Uitgangspunten bij diagnostische opstellingen:

  • de oorzaak van een ziekte (RB) of een gezondheidsklacht (LB) kan liggen in een verstrikking (LO) vanuit het familie- of organisatiesysteem (RO) waar de patiënt onderdeel van is,

  • een verstrikking vanuit het familie- of organisatiesysteem van de patiënt kan volledige genezing in de weg staan ondanks adequate, reguliere therapie voor de specifieke ziekte -ook als de primaire oorzaak van de ziekte niet in de verstrikking ligt. Bij gezondheidsklachten komen we er steeds meer achter dat de problematiek multifactorieel bepaald is, waarbij de verschillende factoren over de vier kwadranten verdeeld zijn.

Bij diagnostische opstellingen kan een begeleider kiezen uit verschillende werkvormen:

  • diagnostische systeemopstelling: de cliënt kiest daarbij ook voor het symptoom -klacht of ziekteverschijnsel- een representant. Het symptoom gebruiken we op die manier als een indicator om een verstrikkende dynamiek in het familiesysteem op te sporen. Opmerkelijk is het fenomeen dat het symptoom zich vaak spontaan uit een opstelling terugtrekt wanneer de verstrikkende dynamiek tot een oplossing komt.

  • systemische structuuropstellingen: we kunnen een mens ook beschouwen als een systeem opgebouwd uit subsystemen, waarbij subsystemen elementen van een suprasysteem representeren. Een voorbeeld: de ziekte van Crohn is een auto-immuunziekte waarbij het immuunsysteem van de patiënt het eigen darmsysteem aanvalt. De probleemhouder kan dan representanten opstellen voor beide subsystemen zodat we kunnen onderzoeken of de ziekte een weerspiegeling is van een systeemverstrikking. De begeleider kan daarbij meer expliciet en onbedekt of juist toegedekt en impliciet werken. Een voorbeeld van de laatste manier van werken is de zogeheten ‘wonder’opstelling waarbij alleen de cliënt zelf weet om welk thema het gaat. We verwijzen hier naar het werk van Mathias Varga von Kibéd en Insa Sparrer.

  • sjamanistische opstellingen: vanuit sjamanistische tradities wordt erop gewezen dat de methodiek van de familieopstelling nauw verwant is aan de traditionele vooroudercultus en aan oeroude helingsrituelen. Bij sjamanistische opstellingen kan een begeleider gebruik maken van mensbeelden uit andere tradities en culturen: de drie lichamen uit de AyurVeda, de sefiroth uit de Kaballah, de chakra’s uit de Yoga, de subpersoonlijkheden uit de psychosynthese, de archetypen uit de  analytische psychologie, de kwadranten, stadia, niveaus of lijnen (AQAL) uit het integrale model!

  • complementaire opstellingen: door een opstelling kan een cliënt onderzoeken welke ‘alternatieve’ therapie de meeste kans op succes biedt als aanvulling op een reguliere geneeskundige behandeling. De complementaire opstelling is dan instrument om tot een integrale aanpak van een gezondheidsprobleem te komen.